De walnotenbomen op het erf van Zonneliefde werden jaren geleden geplant door Tinekes moeder. Een bonenras van haar oma houdt ze nog altijd in stand. En als het aan Tineke Alberts (55) en Rianne Wouters (49) ligt, ontdekken straks ook nieuwe generaties waar hun voedsel vandaan komt. Op hun erf in Bant komen landbouw, educatie en de korte keten samen in één centrale gedachte: doorgeven wat groeit.
Tineke is opgegroeid op de boerderij waar ze nu samen met Rianne woont en werkt. Na jaren buiten de polder te hebben gewoond, keerde ze in 2008 terug naar het erf van haar ouders. Rianne werkt als user experience designer in de zorgsector, maar gebruikt haar sabbatical om zich onder te dompelen in het leven op de boerderij. Hun gedeelde interesse in natuur, voedsel en educatie vormt de basis voor veel van de plannen die hier ontstaan. Inmiddels noemt Tineke zichzelf liever educatieboer dan akkerbouwer. ‘We leven nu op de aarde in plaats van met de aarde,’ zegt ze. ‘Ik denk dat we weer moeten leren samenleven.’ Een paar jaar geleden bezocht Tineke verschillende agroforestry-projecten in Duitsland. Daar zag ze wat erosie en uitputting met landbouwgrond kunnen doen, maar ook welke kansen bomen bieden. ‘Toen werd ik echt enthousiast. En zag ik dat landbouw ook anders kan.’
De walnotenbomen op het erf van Zonneliefde werden jaren geleden geplant door Tinekes moeder. Een bonenras van haar oma houdt ze nog altijd in stand. En als het aan Tineke Alberts (55) en Rianne Wouters (49) ligt, ontdekken straks ook nieuwe generaties waar hun voedsel vandaan komt. Op hun erf in Bant komen landbouw, educatie en de korte keten samen in één centrale gedachte: doorgeven wat groeit.
Tineke is opgegroeid op de boerderij waar ze nu samen met Rianne woont en werkt. Na jaren buiten de polder te hebben gewoond, keerde ze in 2008 terug naar het erf van haar ouders. Rianne werkt als user experience designer in de zorgsector, maar gebruikt haar sabbatical om zich onder te dompelen in het leven op de boerderij. Hun gedeelde interesse in natuur, voedsel en educatie vormt de basis voor veel van de plannen die hier ontstaan. Inmiddels noemt Tineke zichzelf liever educatieboer dan akkerbouwer. ‘We leven nu op de aarde in plaats van met de aarde,’ zegt ze. ‘Ik denk dat we weer moeten leren samenleven.’ Een paar jaar geleden bezocht Tineke verschillende agroforestry-projecten in Duitsland. Daar zag ze wat erosie en uitputting met landbouwgrond kunnen doen, maar ook welke kansen bomen bieden. ‘Toen werd ik echt enthousiast. En zag ik dat landbouw ook anders kan.’
Binnen KKAF (Korte Keten Agroforestry Flevoland) onderzoeken Tineke en Rianne hoe producten van het erf hun weg vinden naar de korte keten. Walnoten en hazelnoten spelen daarin een belangrijke rol, maar de ambities gaan verder. Tineke ziet ook kansen voor kruiden zoals venkel en engelwortel, honing van eigen bijen en bijzondere zaden. ‘Het hoeft niet meteen groot te zijn,’ vertelt ze. ‘Ik vind het vooral interessant om te ontdekken wat hier goed groeit en hoe je daar lokaal waarde aan kunt toevoegen.’ Voor haar draait de korte keten niet alleen om verkopen. Het gaat ook om verbinding. Verbinding tussen boer en consument en tussen landschap en product. ‘Mensen willen steeds vaker weten waar hun eten vandaan komt. Dan is het mooi als je dat verhaal ook kunt vertellen.’ Rianne ziet juist veel waarde in de beleving die daarbij hoort. Mensen mogen volgens haar weer ervaren hoe voedsel groeit. Daarom dromen ze van schoolklassen op het erf, voedselwandelingen, workshops en ontmoetingen. Niet vanachter een scherm, maar met de voeten in de klei.
Educatie loopt als een rode draad door alles wat Tineke en Rianne doen. Tineke werkte jarenlang in het onderwijs en ziet hoe de afstand tussen mensen en voedsel steeds groter wordt. Ook Rianne merkt dat veel basiskennis over voedselproductie verdwijnt. ‘Sommige kinderen weten niet eens meer dat uit één zaadje een hele plant groeit,’ zegt ze. ‘Dat vind ik best bijzonder.’ Tineke weet als geen ander hoe waardevol het is om kennis van gewassen door te geven. Zo houdt ze al ruim 25 jaar een bonenras van haar oma in stand. Niet omdat het moet, maar omdat zulke rassen verhalen, smaak en geschiedenis met zich meedragen. Diezelfde gedachte zit ook achter haar werk met zaden en haar plannen om kinderen meer te leren over veredeling, biodiversiteit en voedselproductie. ‘Ik zou het geweldig vinden als kinderen hier enthousiast raken,’ zegt Tineke. ‘Dat er ergens een zaadje wordt geplant. Letterlijk én figuurlijk.’
Die ambitie past goed bij de manier waarop het stel naar landbouw kijkt. Niet vanuit snelle opbrengsten, maar vanuit de lange termijn. Tineke spreekt graag over zeven generaties vooruit denken. Wat vandaag wordt geplant, kan over tientallen jaren nog waarde hebben. Dit zie je ook terug op het erf. De walnotenbomen die haar moeder ooit plantte, laten goed zien waar agroforestry om draait. Wat voor de ene generatie een investering is, wordt voor de volgende generatie een oogst. Inmiddels leveren de bomen jaarlijks zo’n honderd kilo walnoten op. Ook op andere plekken ziet Tineke de effecten van deze manier van denken. ‘Een onderzoeker zag op het erf opvallend veel verschillende bijen en zweefvliegen,’ vertelt ze trots. ‘En het organische stofgehalte in de bodem is de afgelopen jaren ook flink gestegen,’ vult Rianne aan. ‘Je merkt echt aan alles dat er meer leven is.’
Over vijf jaar hopen de twee dat de ontwikkeling verder zichtbaar is. Met meer bomen, meer producten uit de korte keten en vooral meer mensen die opnieuw verbinding maken met hun voedsel. Of het nu gaat om walnoten, honing, kruiden, oude bonenrassen of een schoolklas die voor het eerst ziet hoe een zaadje uitgroeit tot een plant: uiteindelijk gaat het allemaal om hetzelfde. ‘De aarde is niet om leeg te trekken,’ zegt Tineke. ‘Maar om door te geven.’